
Ivar Vermeulen.
Wetenschapper, vader, docent, voetballer. Wie is Ivar? Wat doet Ivar? En hoe is Ivar betrokken bij panl?
Iemand anders definiëren is altijd een uitdaging en doet zelden recht aan de realiteit. Dus heb ik besloten het Ivar zelf te vragen…*
Ik ben van origine methodoloog. Ik heb statistiek en onderzoeksmethodologie gestudeerd, en ik ben gepromoveerd bij een informaticainstituut in het gebruik van formele logica in sociaal wetenschappelijke theorieën. Dat is heel wiskundig eigenlijk. Van daaruit ben ik steeds meer de sociale wetenschap ingerold en bij de afdeling communicatiewetenschap terechtgekomen. Toen ik op deze afdeling begon, was ik meer informaticus dan een communicatiewetenschapper. Zeker geen psychologisch georiënteerde communicatiewetenschapper, wat nu het geval is. Dat heb ik met de tijd geleerd. Ik vond sociale psychologie, met name beïnvloeding, ontzettend leuk om me mee bezig te houden, dus ik ben steeds meer die kant op gegaan. Dat is waar mijn huidige onderzoek zich op richt: hoe en waarom worden mensen overtuigd door de informatie waar ze aan blootgesteld worden?
Ja, dat zou je kunnen zeggen. Ik heb dus enigszins een computationele achtergrond, mede daarom ben ik destijds bijvoorbeeld ook als directeur van het Netwerk Instituut gevraagd. Dat is een instituut voor interdisciplinair onderzoek, waarbij informatica, sociale wetenschap en ook geesteswetenschap samenkomen. Problemen die op ons als mensen en samenlevingen afkomen zijn complex en het is vrij inefficiënt om daar alleen maar met de bril van een informaticus of met de bril van een socioloog of met de bril van een taalkundige naar te kijken. Het is naar mijn mening heel belangrijk om wetenschappers van verschillende disciplines bij elkaar te krijgen, zodat ze elkaar kunnen verrijken. Het Netwerk Instituut faciliteert zulke samenwerkingen. Ook in mijn eigen onderzoek ga ik vaak zulke samenwerkingen aan. Ik focus me op sociaal wetenschappelijke vraagstukken maar ik werk graag samen met collega’s van andere disciplines. Programmeurs, software developers, ik snap enigszins wat ze doen, hoe het achter de schermen werkt. Dit komt eigenlijk ook van pas bij panl. Met de ontwikkeling van panl werk ik nauw samen met de softwareontwikkelaars. Ik weet een beetje wat ingewikkeld is om te programmeren en wat minder ingewikkeld is, dit is ontzettend belangrijk bij het bespreken van mogelijke functionaliteiten voor panl en bij het opstellen van realistische doelen.
Ik werk veel met Martin samen, dus het is lastig om precies te zeggen wanneer mijn betrokkenheid bij de ontwikkeling van panl begon. We zijn beiden grootgebruikers van platforms bij ons onderzoek, dus we hebben het vaak over het gemis van een Nederlands alternatief voor Prolific of MTurk gehad. Op een bepaald moment kwam Martin met het plan om zelf een Nederlands platform op te zetten. Ik heb toen met Martin meegeschreven aan het voorstel. Martin was hoofdaanvrager en ik was zijn rechterhand. Dus eigenlijk was ik vanaf het begin al betrokken.
We zijn aan het ontwikkelen en dat is hartstikke leuk. Wij mogen als onderzoekers zeggen wat wij denken dat belangrijk is om in het platform te bouwen en ook nadenken over wat goed is voor iedereen, zowel onderzoekers als deelnemers aan onderzoek. Daarbij lopen we tegen enorm veel inhoudelijke maar ook ethische beslissingen aan. Bijvoorbeeld, hoe verdeel je de macht op een eerlijke manier tussen onderzoekers en deelnemers? En moet dat wel in alle gevallen? Of, waar leg je initiatieven? Wat voor soort respondenten wil je eigenlijk precies hebben en hoe spreek je die zo goed mogelijk aan? Hoe zit het met betalingen? Dat zijn allemaal half-technische en half-ethische beslissingen die enorm interessant zijn en waar we soms heel verschillende meningen over hebben. Dat is op zichzelf ook interessant.
Het is ook leuk om met de softwareontwikkelaar samen te werken om te zien hoe onze ideeën tot leven komen. Tegelijkertijd is het soms ingewikkeld en frustrerend, omdat je zelf denkt dat je een goed plan hebt, en dan is de rest van het team het er niet mee eens. En dan, ja, gaan we het toch niet doen. En soms is het inhoudelijk ingewikkeld om helemaal te voorspellen hoe een bepaalde functionaliteit gaat uitpakken. We bouwen toch iets van kiet af aan op, dus dat is een uitdagende ontdekkingstocht.
Ik weet redelijk wat van netwerkeconomie. Dus ook van de uitwisseling van waarde via platforms. Panl kan gezien worden als deel van de platformeconomie. Vanuit dat perspectief zijn studies die geplaatst worden op panl mini-taakjes en is het platform een soort marktplaats van vraag en aanbod. Er zitten dus zowel veel economische aspecten aan als sociale aspecten. Je kan er een hele sociale netwerkanalyse op loslaten. En er moet ook gerekend worden. Dat is binnen het team mijn expertise. Aan de hand van die netwerkanalyses beargumenteer ik bijvoorbeeld waarom we bepaalde designkeuzes wel of niet moeten maken.
Een heel simpel voorbeeld is het gebruik van mobiele telefoons voor panl. Moeten we mobiel gaan of niet? Het gebruiken van mobiele telefoons maakt het voor deelnemers veel toegankelijker om aan onderzoek mee te doen. Je treft mensen op een goed moment. Je geeft deelnemers flexibiliteit in tijd. Ook is het gebruik van mobiele telefoons logisch als je nadenkt over porties werk. Via panl bieden onderzoekers kleine porties werk aan, die lenen zich goed voor ‘tussendoor’ en daar hoort mobiele technologie ook bij. Bij het gebruik van een mobiele app horen ook notificaties. Dat is misschien nog wel een belangrijkere design keuze. Op een computer heb je ook notificaties, maar die komen anders binnen en hebben niet hetzelfde effect. Op de telefoon werkt een notificatie eerder als een soort ‘call to action’, dus gaan deelnemers gelijk aan de slag.
Het gebruik van mobiele telefoons heeft ook een keerzijde. Je creëert namelijk een hoop verwachtingen door panl op mobiele apparaten te plaatsen. Mensen verwachten bijvoorbeeld dat panl dan sociale media-functionaliteit heeft:reacties, likes, dislikes en het kunnen geven van ratings. Hoort dat dan ook bij panl? Dat willen we misschien wel helemaal niet. Dat is dan weer een bespreekpunt. Is het goed als deelnemers en onderzoekers elkaar kunnen beoordelen of commentaar kunnen geven? Heeft het toegevoegde waarde als er sociale media-regels gelden? Als de relaties op het platform informeel zijn? Of willen we juist wat meer afstand creëren? Wat zijn de gevolgen voor datakwaliteit? En voor betrokkenheid? Nou, dat zijn voorbeelden van onderwerpen en vragen waar we over nadenken.
Naar mijn mening zit de kracht van panl in de integratie van meerdere dingen. De integratie van mobiele notificaties en korte taken. Het feit dat het op Nederlands taalgebied is gericht, maar dus ook specifiek voor wetenschappelijk onderzoek is. Panl is vrij afgebakend. Gebruikers weten daardoor wat ze kunnen verwachten, zowel als onderzoeker en als deelnemer. Als deelnemer weet je dat je geen onzin hoeft te doen en je weet ook dat het onderzoek van belang is.
Panl beschermt respondenten per definitie tegen onrechtvaardige behandeling, omdat het vanuit de universiteiten is opgericht, met de bijbehorende ethische regels. Ik bedoel, op MTurk kunnen mensen ook studies zetten waar een respondent voor een kwartier werk vijftig cent krijgt. Dan ben je als onderzoeker gewoon mensen zwaar aan het onder betalen. Dat soort dingen kunnen niet bij ons. Panl houdt per definitie met onderzoeksethiek rekening. En het onderzoek zelf is ethisch getoetst. Het is altijd wetenschappelijk onderzoek, anders wordt de studie niet op ons platform gezet. Dus in die zin is er op panl aan alle kanten een vrij evenwichtige uitwisseling.
Daarnaast combineren we de fysieke en online functionaliteiten. Dat is ook een zeldzame integratie, dat onderzoekers mensen naar de universiteit kunnen halen met behulp van panl, om vervolgens in levende lijve onderzoek uit te voeren. Het binnenhalen van niet-studenten binnen de universiteit muren om onderzoek te kunnen doen is een enorme uitdaging voor universiteiten. Panl maakt dit niet alleen mogelijk, maar ook gemakkelijk. Voor mij, als communicatiewetenschapper, is fysiek onderzoek in de laatste jaren minder belangrijk geworden, want veel onderzoek gebeurt nu online. Maar dit geldt niet voor veel andere disciplines. Psychologisch onderzoek is soms veel te foutgevoelig om online uit te kunnen voeren. Tijdens sommige psychologische onderzoeken moeten bijvoorbeeld fysieke waarden worden gemeten, wat aanwezigheid een must maakt. Momenteel wordt veel van dat onderzoek uitgevoerd met behulp van studenten als onderzoek participanten. Dat is enigszins problematisch, want deze studenten hebben vaak veel meer voorkennis over de onderzoeken dan de gemiddelde Nederlander en vormen dus verre van een representatieve- of diverse onderzoeksgroep. Door de integratie van fysieke en online functionaliteiten is panl nuttig voor onderzoekers uit diverse disciplines.
Ik vergeet bijna het betalingssysteem dat we geïntegreerd hebben. Een deelnemer hoeft niet veel geld te sparen om uitbetaald te kunnen worden. Prolific heeft ook zo een betalingssysteem, maar dat zulke betalingen dus ook ontvangen kunnen worden voor deelname aan labonderzoek is een unieke functionaliteit.
Over vijf jaar is panl een heel actieve plek waar onderzoekers per default het liefst hun onderzoek plaatsen omdat het snel respondenten oplevert. Het is een platform waar respondenten heen gaan om een bijdrage te kunnen leveren aan wetenschap of misschien wat geld te verdienen. Over vijf jaar gaat een groep mensen met enige regelmaat naar het lab toe, door middel van panl, om daar aan studies mee te doen. Panl is dus een platform dat onderzoekers ondersteunt. Een platform dat het leven van onderzoekers gemakkelijker maakt. Ja, het is dan het idee dat onderzoekers in Nederland daarmee onderzoek over de Nederlandse culturele, politieke, en talige onderwerpen kunnen doen met voldoende deelnemers en zonder daar hoge bedragen voor hoeven te betalen. Zo krijgen ze geen achterstand op de Angelsaksische landen waar dit soort onderzoeks-voorzieningen vaak al wat beter geregeld zijn.
Ik zou heel graag een aantal van mijn huidige onderzoeken willen uitvoeren bij de Nederlandse doorsnee bevolking. Bijvoorbeeld mijn onderzoek over misinformatie en in hoeverre deze blijft hangen bij mensen.
Via de online platforms die er momenteel bestaan heb ik al vaker studies uitgevoerd onder de Noord-Amerikaanse en Engelse bevolking, maar het is moeilijk om communicatiewetenschappelijk onderzoek te kunnen doen onder een grotere groep ‘gewone’ Nederlanders. De onderzoeken die ik onder Nederlanders heb uitgevoerd waren vaak bij hoogopgeleide groepen. Die respondenten komen bij mij via het netwerk van studenten. Dat zijn de ouders en kenniskring van studenten, waarvan dan een hoog percentage een universitaire opleiding heeft afgerond. Die mensen reageren misschien wel heel anders op onze stimuli dan lager opgeleide mensen. Bovendien vind je vaak ook weinig mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum, dus je hebt niet echt een goed verdeelde groep. Ik ben niet perse op zoek naar een representatief sample. Maar het lijkt me leuk onderzoek te doen bij een groep Nederlanders waarvan je denkt: dat is nou een groep gewone mensen. Het lijkt me geweldig als panl dat mogelijk zou kunnen maken.
Ik heb veel gehoord over onderzoek waarbij kunst wordt geannoteerd. Vaak is dat soort onderzoek voor de ontwikkeling van AI tools. Denk dan bijvoorbeeld aan de kunstwerken die in het Rijksmuseum hangen. Stel daar zou een AI overheen kunnen gaan die de catalogus zo goed kan maken dat alle beelden of schilderijen makkelijk te vinden zijn per thema, onderwerp of associatie. Nou ja, om die technologie mogelijk te maken zijn er veel mensen nodig die iets over een schilderij kunnen zeggen. AI kan al heel veel op het gebied van herkenning van visueel materiaal, maar tot een heleboel subtiele dingen is de huidige AI nog niet in staat. Voor zo’n onderzoek moeten deelnemers dus wat meer culturele kennis hebben, om goed aan te kunnen geven wat er op afbeeldingen gebeurt. Ze moeten bijvoorbeeld kunnen herkennen of er armoede of rijkdom wordt afgebeeld. Binnen de Nederlandse context ziet dat er heel anders uit dan binnen andere contexten. Dat soort onderzoek lijkt mij heel leuk om aan mee te werken. Maar ik ben geen kenner, ik ben een leek op dat vlak, dus dan zou het onderzoek moeten gaan over de interpretatie van ‘gewone’ Nederlanders: een onderzoek waarbij aan de hand van verschillende variabelen een schilderij gecategoriseerd moet worden, met de vraag wat een Nederlandse leek erin ziet.
Of een onderzoek over voetbal! Ik ben een voetbalfan dus als er een onderzoek over voetbal zou komen, eigenlijk alles over voetbal, dan zou ik het meteen leuk vinden. Een studie over ruimtelijk inzicht (welke pass is nu het beste?) of vragen over hoe je vanuit een verkeerde hoek kan zien of iemand buitenspel staat…daar wordt ik meteen al enthousiast van! Dus het zou voor mij echt om mijn eigen interesses gaan. Als ik het een leuk onderwerp vind, doe ik graag mee!
*Mogelijk heeft de setting van het interview (een doordeweekse werkdag op de Vrije Universiteit Amsterdam) de zelfdefiniëring van Ivar ietwat beïnvloed. Laten we het een beïnvloeding-deskundige vragen. Ivar, wat denk jij?