Hoe vind je participanten voor Nederlands onderzoek?

Hoe vind je participanten voor Nederlands onderzoek?

Soms zijn onderzoekers binnen de sociale en geesteswetenschappen niet erg kieskeurig waar hun participanten vandaan komen. Maar wat als je nu per se Nederlandse onderzoeksdeelnemers nodig hebt? Waar vind je die? Ivar Vermeulen zet de huidige mogelijkheden op een rijtje.

Als communicatiewetenschapper onderzoek ik doorgaans de psychologie van mediagebruikers. Het gaat dan om dan vragen als: Welke informatie trekt de aandacht? Wat beïnvloedt mediagebruikers het sterkst? Hoe onderscheiden ze feiten van fictie? Veel van dit soort psychologische processen zijn aardig universeel, en daarom heb ik voor mijn onderzoek vaak niet per se Nederlandse respondenten nodig. In zulke gevallen gebruik ik vaak Engelse of Amerikaanse respondenten van platforms zoals Prolific, want die zijn veel makkelijker te vinden.

Regelmatig heb ik echter ook onderzoeksvragen waar ik juist wel Nederlandse participanten voor nodig heb, bijvoorbeeld: welke nieuwsbronnen worden als betrouwbaar gezien? Of, hoe polariserend werkt nepnieuws in een Nederlandse politieke context? Bij het onderzoeken van zulke vragen zien mijn collega’s en ik de bui vaak al hangen: het wordt een heel gedoe om voldoende deelnemers voor zo’n onderzoek te vinden.

Grofweg zijn er op dit moment vijf mogelijkheden om Nederlandse onderzoeksdeelnemers te vinden, elk met hun eigen voor- en nadelen. Ik zet ze even op een rijtje:

(1)   Studenten: soms kun je als onderzoeker gebruik maken van je eigen studentpopulatie. Sommige universiteiten hebben participant pools, waarbij de eigen studenten studiepunten verdienen door mee te doen aan onderzoek. Dit is een makkelijke oplossing, maar een bekend nadeel is dat studenten niet erg representatief zijn voor de gemiddelde burger. Bij mijn eigen opleiding (Communicatiewetenschap VU) is de studentenpool daarnaast al lang geleden afgeschaft, omdat onze 100 eerstejaars met te weinig zijn om goed gepowered onderzoek mee te kunnen doen. Dus voor mij en mijn collega’s is dit geen optie.

(2)   Vrienden en familie van studenten: als een student afstudeert op “jouw” onderwerp, dan is het soms mogelijk om data te verzamelen via hun sociale netwerk. Voor studenten is een verzoek als “Vul alsjeblieft mijn vragenlijst in!” doorgaans eenmalig; zij komen er nog mee weg (onderzoekers allang niet meer). Ook voor de vrienden en familie van studenten geldt dat ze geen gemiddelde burgers zijn (te hoog opgeleid, te hoge sociaaleconomische status). Daarnaast vindt scriptieonderzoek doorgaans maar eens per jaar plaats, dus dat moet maar net in je tijdschema passen. Ondanks deze nadelen wordt bij mijn afdeling relatief veel onderzoek samen met afstudeerders gepubliceerd op basis van door hen verzamelde data.

(3)   Panels. Ik zal nu even geen namen noemen, maar in Nederland zijn natuurlijk panels waar je als onderzoeker respondenten van kunt betrekken. In mijn ervaring is dat echter vaak duur en is het voorbereidende proces ook vrij langdurig. Maar: als je relatief veel onderzoeksgeld hebt, en tijd (of een assistent) om de communicatie met de panels te doen, is dit natuurlijk een heel goede optie waarbij de kwaliteit van de data doorgaans ook prima is.

(4)   Prolific. Op het Engelse participanten platform zijn volgens de eigen opgaven een flink aantal Nederlanders (enige duizenden) aangesloten. In mijn ervaring moet die claim wel met een korreltje zout worden genomen. Bij een onderzoek een jaar geleden bleken veel van mijn “Nederlandse” Prolific-deelnemers (meer dan 50%) op geen enkele manier de Nederlandse taal machtig, ondanks dat ze een paar controlevragen goed wisten te beantwoorden (hoe dan??). De data bleek dan ook geheel en al onbruikbaar.

(5)   Advertenties op sociale media. Dit is op dit moment mijn favoriete manier om Nederlandse respondenten te werven. Als het onderwerp aantrekkelijk wordt gepresenteerd (“Kun jij raden of deze informatie echt is?!”) en er een prijs wordt uitgeloofd, zijn best veel sociale mediagebruikers te porren om op een vragenlijst te klikken. Wel heb je te maken met een lage concentratie: veel uitval en inconsistente antwoorden. Ook moet je rekening houden met een selectiebias, want welke gebruiker vindt jouw onderzoek nou belangrijk genoeg om aan mee te doen? Maar als je hier mee om kunt gaan, is het wel een efficiënte manier om met een beperkt onderzoeksbudget om te gaan.

Hoewel er dus best veel manieren zijn om Nederlandse respondenten te vinden, hebben ze allemaal ook wel flinke nadelen. Ondertussen zijn wij dus bezig aan de ontwikkeling van panl, een soort Prolific voor Nederlandse gebruikers. Als fervent gebruiker van Prolific verheug ik mij al op de dag dat ik voor een beperkt budget en in een paar probleemloze stappen mijn onderzoek ook bij een Nederlandse populatie kan uitzetten. Tot die dag zal ik me moeten behelpen met ofwel een beetje amateuristische, ofwel hele dure oplossingen.